Oud-Vitesse met Martin Laamers (zittend tweede van links) op de plek waar de profcarrière voor Laamers begon: op de Wageningse Berg bij FC Wageningen.
augustus 21, 2025
Martin Laamers (1967-2025) was een echte teamspeler

‘Een hele fijne jongen. Vrolijk ook en als voetballer offerde hij zich ook op voor het team’. Woorden van Edward Sturing over Martin Laamers met wie hij tien seizoenen in de hoofdmacht van Vitesse speelde. Laamers overleed dinsdag 19 augustus geheel onverwacht op 58-jarige leeftijd. Het zorgde voor een schok in de voetbalwereld.


Edward Sturing

“Martin en ik hadden een hele goede band”, vertelt Sturing. “Martin was mijn ‘slapie’. Op trainingskampen en bij Europese wedstrijden lagen wij altijd bij elkaar op de kamer. Wij vormden een vast tweetal. Dat Martin stotterde, was een handicap voor hem. Maar ik hield daar rekening mee en interrumpeerde hem ook niet. Daar voelde hij zich ook goed bij.”

Na hun actieve carrière werd het contact wat minder. “Bij thuiswedstrijden van Vitesse spraken we elkaar wel. Martin was er meestal met Frans Thijssen. Daarbuiten was het contact minder, omdat iedereen ook zijn eigen ding doet. Een jaar of vijf, zes terug zijn we nog wel een keer met de businessclub van Vitesse naar Thessaloniki geweest. Lagen we weer samen op de kamer. We hielden allebei van discomuziek en het was weer ouderwets. Een soort van reünie.”

De klap van het overlijden van Laamers kwam bij Sturing dan ook keihard aan. “Verschrikkelijk. Het zijn de momenten dat je beseft dat je ouder wordt. Maar dit verwacht je niet. In die periode waren wij ook een heel hecht team en daar is al een aantal jongens van overleden. Dan ga je over dit soort dingen toch meer nadenken.”

Sturing roemt Laamers niet alleen als persoon, maar ook als voetballer. “Martin was een dynamische middenvelder met diepgang. Maar ik ging als rechtsback ook veel mee naar voren en als ik weg was bleef Martin hangen. Hij was een speler die zich ook opofferde voor de ploeg of voor een medespeler.”

Op 20 december 1989 debuteerden Laamers, Sturing en Bart Latuheru in het Nederlands elftal in de interland in De Kuip tegen Brazilië (0-1). Sturing en Latuheru in de basis, Laamers viel in de 46e minuut in. Sturing: “Toen stond na rust de gehele rechterkant van Vitesse in de ploeg. Dat was ons eerste jaar in de eredivisie, maar die hele rechterkant was heel goed op elkaar ingespeeld.”


Toon Hartemink

Toon Hartemink, die D-pupil Laamers al trainde bij zijn club Arnhemse Boys, kent de oud-Vitessespeler dus al als kleine jongen. Met Cees, Martins vader, voetbalde Hartemink nog een jaar of zes in het eerste elftal van Arnhemse Boys. Voor Hartemink kwam de klap van het overlijden van Laamers dan ook keihard aan. “Met zijn vader heb ik in 1976 de Arnhem Cup gewonnen en daarna samen nog twee keer. Ook zijn we gepromoveerd naar de tweede klasse. Martin was er bij elke wedstrijd bij. Vergeet niet dat Arnhemse Boys in die tijd één grote familie was. Naar uitwedstrijden gingen ook de kinderen mee met de bus.”

“Ik ging in 1985 van Arnhemse Boys naar Vitesse, Martin was al in 1984 naar FC Wageningen gegaan. Hij wilde niet naar Vitesse, maar twee jaar later kwam hij toch. In het seizoen 1986-1987 heb ik met Martin samen gespeeld. Ik als centrale verdediger, Martin als rechtermiddenvelder. Richard Budding was zijn maatje. Voor Richard knapte Martin het vuile werk op.”

Hartemink nam Laamers na de training altijd mee. “Ik ging rechtstreeks uit mijn werk naar de training, Martin was er dan altijd al. Terug naar huis nam ik hem mee. Martin woonde op de Ereprijslaan en ik op de Orionsingel. Onderweg dronken we in een koffietentje dan nog wel eens een een ‘bakje koffiebof chocolademelk’, zoals hij dat noemde.”

In belangstelling van Ajax

Zijn spraakgebrek heeft Laamers volgens Hartemink wel belemmerd in zijn carrière. “Daardoor wilde hij ook altijd het liefst bij Vitesse blijven. Hij had angst om in een andere omgeving te zijn. Ajax had ooit belangstelling, maar Martin was bang dat hij ongelukkig zou worden met die Amsterdamse mentaliteit. Later veranderde dat en toen hij trainer werd van DVOV en Blauw Geel ’55 had hij minder moeite met zijn spraakprobleem. ‘Dan duren die wedstrijdbesprekingen maar een kwartiertje langer’, zei hij dan.”

Hartemink geeft aan dat hij altijd een zeer warme band met Laamers heeft gehad. “Martin heeft niet altijd een gelukkig leven gehad. Zo is zijn moeder al op 47-jarige leeftijd overleden, zijn vader op 60-jarige leeftijd. Ronnie, Martins broer, vertelde me dat Martin vanaf nu wilde gaan sparen om een groot feest te geven op zijn 60e verjaardag. ‘Want papa is ook maar 60 geworden’. Als je dat hoort, schiet je wel vol.”

Het heeft Laamers volgens Hartemink pijn gedaan dat Vitesse hem na zijn actieve carrière nooit een functie heeft aangeboden. “Daar hoopte Martin altijd op. Iets in de scouting, maar dat is er dus nooit van gekomen.”

 

De selectie van Vitesse in seizoen 1986 -1987 met Martin Laamers (zittend, tweede van links), trainer Hans Dorjee (staand geheel links) met naast hem Richard Budding. Op de bovenste rij Theo Bos (tweede van links) met naast hem Toon Hartemink.


Frans Koenen

Van 2012 tot 2017 was Laamers bij het Huissense RKHVV vijf seizoenen de assistent van hoofdtrainer Frans Koenen, zelf oud-speler van Vitesse. “Onze verstandhouding was perfect. Martin was amicaal en voor RKHVV was hij de persoon die het beste met de club voorhad”, vertelt Koenen. “Martin was ook altijd duidelijk. Het was goed of het was slecht. Om het over te brengen naar de groep, was aanvankelijk wel een probleem, maar dat ging ook steeds beter. Ik had aan Martin een goede assistent. Je weet nooit hoe anderen daar tegenaan kijken, maar voor mij was hij van toegevoegde waarde. Voor een geintje was hij ook in. Dan liep hij vooraan.”

Koenen stond als actief speler van Vitesse in 1985 nog tegenover een piepjonge, 17-jarige Laamers. “Een KNVB-bekerwedstrijd, Vitesse – FC Wageningen. Wij verloren die wedstrijd in Arnhem met 1-0. Ik geloof dat we zelfs nog directe tegenstanders waren.”