Trainer worden bij een club in nood. Een club, waarvan het voortbestaan hoogst onzeker was. Rüdiger Rehm deinsde er niet voor terug en tekende in de zomer van 2025 een contract bij Vitesse, dat vrijdagavond de competitie in de Keuken Kampioen Divisie hervat met een uitwedstrijd tegen Helmond Sport. “Meer punten pakken dan in de eerste seizoenshelft, spelers ontwikkelen en het publiek vermaken. Dat is ons doel”, vertelt Rehm, die ook terugblikt op de roerige eerste maanden in Arnhem.
De ontvangst op sportcentrum Papendal is allerhartelijkst. Het is duidelijk, Rüdiger Rehm heeft het geweldig naar zijn zin bij Vitesse. De turbulente eerste maanden in Arnhem hebben zijn humeur niet aangetast en lijken de 47-jarige Duitser alleen maar sterker te hebben gemaakt.
Toen Rehm, geboren in Heilbron, afgelopen zomer bij Vitesse instapte, had hij kunnen weten dat het geen normale klus zou worden. Maar wat hij aantrof in Arnhem ging zelfs voor een doorgewinterde trainer met bijna dertig jaar ervaring in het profvoetbal verder dan ook hij gewend was. De Duitse coach kwam terecht bij een club in crisis, waar onzekerheid, juridische procedures en spelersvertrek de boventoon voerden. Toch kijkt Rehm niet verbitterd terug. Integendeel: hij spreekt over veerkracht, ontwikkeling en een club zonder plafond.
Dagelijks vertrek
“Augustus was de zwaarste maand”, vertelt Rehm. “Je kwam ’s ochtends op de club en wist niet wie er die dag afscheid zou nemen. Ik was aanvankelijk tevreden met de ploeg, maar bijna dagelijks vertrok er wel iemand. Spelers bleven lang hopen op een oplossing, maar moesten uiteindelijk ook hun eigen toekomst veiligstellen. Perspectief verdween en daarmee ook de vanzelfsprekende motivatie.”
Dat maakte het werk voor de staf bijzonder ingewikkeld. Niet omdat spelers niet wilden trainen – contractueel moesten ze er zijn – maar omdat het moeilijk was om hen nog volledig mee te krijgen in een sportief verhaal. “Zonder licht aan het einde van de tunnel wordt intrinsieke motivatie heel lastig”, zegt Rehm.
Opgeven was echter geen optie. Rehm en zijn staf bleven vijf dagen per week trainen, ook toen het voortbestaan van de club onzeker was. “Niet alleen voor Vitesse”, benadrukt hij. “Maar ook voor de spelers zelf. Zodat zij, als het hier niet verder zou gaan, fit ergens anders konden beginnen. Ik heb ze ook gezegd: ‘Ik kom hier niet alleen voor mijn eigen plezier, maar ook voor jullie’.”
Het tekent zijn benadering: menselijk, maar ook professioneel. Soms stonden er zelfs meer stafleden dan spelers op het veld. Juist dat gaf volgens Rehm een belangrijk signaal af. “Het liet zien dat wij er nog in geloofden. Dat we het deden voor hen.”
Kritiek op het licentiesysteem
Rehm is opvallend uitgesproken over het intrekken van de licentie. Vanuit zijn Duitse achtergrond begrijpt hij die beslissing niet. In Duitsland volgt een licentieprobleem vrijwel altijd op structurele betalingsachterstanden. “Dus ook als werknemers van de club hun salaris niet kregen. Maar bij Vitesse werd iedereen betaald. Dat is voor mij cruciaal.”
Dat het gerecht uiteindelijk oordeelde dat het besluit van de KNVB niet rechtmatig was, had grote gevolgen. Een complete selectie viel uiteen, met spelers die nu elders op hoog niveau actief zijn. Rehm: “Die waarde is de club kwijtgeraakt. Dat doet pijn en dat heeft de club zwaar getroffen.”
Sportief gezien begon Vitesse aan een bijna onmogelijke missie. Een nieuwe selectie, spelers die elkaar nauwelijks kenden, en vrijwel geen tijd om te trainen. Toch wist Rehm er snel een team van te maken. “We verloren de eerste wedstrijd met 4-0 bij Jong AZ. Veel jongens kenden elkaar niet eens. Op de heenreis hebben spelers zich nog aan elkaar voorgesteld, maar de punten kwamen sneller dan verwacht, en daarmee groeide ook het geloof.”
‘Superspiel’
“Tijd om achterom te kijken, was er niet”, vervolgt Rehm. “Na elke wedstrijd kwam de volgende alweer. Tegen Willem II, toch een favoriet in de KKD, waren we na de 2-1 nederlaag zelfs teleurgesteld. Die wedstrijd was van onze kant een ‘Superspiel’.“
Teleurstelling over nederlagen tegen sterke tegenstanders. Een teken dat de lat ongemerkt hoger kwam te liggen. Volgens Rehm werkte het zelfs in het voordeel dat iedereen met een vergelijkbare achtergrond begon: spelers zonder club, jonge talenten, jongens die iets te bewijzen hadden. “We lagen met zijn allen op de bodem. Dan kun je ook alleen maar omhoog kijken en sta je samen op.”
Kracht van opleiden
De basis van Vitesse ligt voor Rehm duidelijk in de academie. Regelmatig stonden zes tot zeven zelf opgeleide spelers in de basis. En dat was geen toeval, maar beleid. Ondanks de zware klappen die ook de jeugdopleiding kreeg, ziet hij dat als het grootste potentieel van de club. “De academie is Vitesse. Die moeten we blijven versterken. Maar uit sportief oogpunt is een gezonde mix nodig om optimaal te presteren, met ook externe versterkingen. Maar dat is op dit moment financieel lastig te realiseren.”
Wat Rehm onderscheidt van veel trainers, is zijn voorkeur voor bouwen boven kopen. Hij werkte eerder bij kleinere clubs in Duistland, waar hij als underdog successen boekte. “Mijn clubs waren nooit topploegen. Een team ontwikkelen met veel eigen spelers geeft ook plezier. Zo is het me gelukt om met Grossasbach en SV Wehen, waar ik eerder werkte, successen te behalen. Dat is mijn sterkte, mijn dna.”
Aantrekkelijke uitdaging
Met Vitesse kan het ook anders. “Want hier is geen limiet in mogelijkheden”, zegt hij stellig. “Met Vitesse kun je kampioen worden, bij wijze van spreken Champions League spelen. Dat is een lange weg, maar het kán en juist dat maakt de uitdaging aantrekkelijk. Promoveren met Vitesse naar de eredivisie is mogelijk. Maar niet denken ‘wij zijn Vitesse en wij horen daar’, maar stap voor stap groeien en zaken verbeteren.”
Dat betekent verwachtingen managen, ontwikkeling centraal stellen en continuïteit bewaken – ook op bestuurlijk niveau, waar het ontbreken van een technisch directeur momenteel wordt opgevangen door teamwork. Rehm: “Een technisch directeur is normaal gesproken mijn directe aanspreekpunt. Bij Vitesse is die nu verdeeld over meerdere personen. De club zoekt een technisch directeur die ook bij mij past”, aldus Rehm, die ook volgend seizoen nog bij Vitesse onder contract staat.
Steun fans Vitesse
Een belangrijke steunpilaar in het turbulente seizoen waren de supporters. Rehm is zichtbaar onder de indruk van de steun vanaf de tribunes. “De fans zaten ook op de bodem, maar ze waren vooral blij dát er weer voetbal was. Ik heb nog steeds contact met Thomas Letsch (oud-trainer Vitesse, red.). Dan vraagt hij aan mij: ‘Wat heb jij gedaan? In de Europese wedstrijd tegen de Spurs zaten er toen minder fans in GelreDome dan nu tegen Helmond Sport’. Die steun van de supporters geeft echt een positief gevoel en het helpt mee in de ontwikkeling van een team.”
Langzaam lijkt dat wat te veranderen. De verwachtingen groeien, de kritiek wordt scherper. Volgens Rehm is dat logisch en zelfs gezond. “Druk hoort bij profvoetbal. Maar in vergelijking met veel andere clubs is het hier nog steeds heel positief.”
Vooruitkijken
Voor de tweede seizoenshelft is Rehm duidelijk. “Meer punten behalen dan in de eerste helft, verdere ontwikkeling van spelers en opnieuw mooie avonden in GelreDome. Wij zijn goed in de counter, maar het omschakelen is nog een verbeterpunt. Omschakelen, zowel bij balwinst als balverlies, vereist trainingsarbeid en de tijd daarvoor was er in het begin nauwelijks.”
En de lange termijn? Rehm: “Edward Sturing noemde een termijn van vijf jaar om terug te keren in de eredivisie. Ik streef er naar dat Vitesse binnen twee à drie jaar terug is op het hoogste niveau. Ja, dat is ambitieus, maar realistisch. We zijn opnieuw begonnen. Nu moeten we doorbouwen.”
Voor berichtgeving over Vitesse op ArnhemSports.nl, klik hier.